prev next
  • Achthonderdduizend Amsterdammers

    Amsterdam groeit. Sinds 2008 is het aantal inwoners van Amsterdam met ruim 50.000 toegenomen. Nog nooit in de geschiedenis van de stad groeide de bevolking zo snel. In 2012 werd de 800.000ste Amsterdammer begroet. De grafiek hieronder laat zien hoe de bevolking zich sinds 1850 heeft ontwikkeld.

    Tussen 1850 en 1960 groeide de bevolking van de stad ook. Het was de tijd van de urbanisatie: mensen trokken van het platteland naar de stad in de hoop op werk en een beter leven. Door verbeterde hygiëne en medische kennis stierven er minder kinderen waardoor de bevolking verder kon toenemen. In 1959 bereikte het aantal inwoners een record. Dat jaar waren er 872.000 Amsterdammers.

    Van 1960 tot 1985 nam het aantal bewoners weer af. De verouderde woningvoorraad, de opkomst van de auto en deconcentratiebeleid leidde tot suburbanisatie. Gezinnen verruilden Amsterdam voor omliggende gemeenten als Purmerend, Hoorn, Alkmaar, Lelystad en later ook Almere. Midden jaren zeventig verlieten jaarlijks per saldo 20.000 Amsterdammers de stad. In 1985 bereikte het inwonertal met 675.570 een dieptepunt.

    In de jaren zeventig en tachtig kwamen er ook nieuwe Amsterdammers bij. Voornamelijk Turkse en Marokkaanse mannen kwamen als gastarbeider naar de stad. Later lieten zij hun gezinnen overkomen, die zich veelal vestigden in de naoorlogse buitenwijken van de stad.

    In de periode 1978­ tot 1986 kwam onder wethouder Jan Schaefer de stadsvernieuwing goed op gang. Die omslag heeft geleid tot de ontwikkeling van nieuwe binnenstedelijke locaties zoals het Oostelijk Havengebied en later IJburg. Amsterdam werd aantrekkelijker voor hoogopgeleide jongeren maar ook voor gezinnen. Sinds die tijd blijven meer gezinnen in de stad wonen, al kiezen nog steeds relatief veel jonge ouders ervoor de stad te verlaten.

    De komende jaren houdt de groei naar verwachting aan. Vooral hogeropgeleiden kiezen voor de stad. Zij komen voor werk, voor een opleiding, voor cultuur en niet in de laatste plaats voor elkaar. Op 27 november 2012 verwelkomde de stad haar 800.000ste inwoner. Volgens de prognose zijn er in 2050 922.000 Amsterdammers.

  • Loop

    De toename of afname van het inwoneraantal (de 'loop' van de bevolking) is een optelsom van geboorte en sterfte en vestiging en vertrek uit binnen- en buitenland. De grafiek hieronder laat zien waardoor het aantal Amsterdammers de afgelopen jaren is gegroeid.

    De groei van de laatste jaren is vooral het gevolg van natuurlijke aanwas: meer geboorte dan sterfte. Wel was het geboorteoverschot in 2011 en 2012 wat lager dan in 2010. Zoals de absolute geboorte- en sterftecijfers laten zien, werden er die jaren iets minder kinderen geboren.

    De toename van het aantal inwoners komt ook doordat meer mensen uit de rest van Nederland naar Amsterdam verhuizen dan andersom. Dit binnenlands migratiesaldo was tot 2006 overwegend negatief maar staat de laatste jaren weer in de plus. Uitgesplitst naar vestiging en vertrek blijkt uit de cijfers dat dat vooral komt doordat sinds het begin van de eeuw weer meer mensen naar de stad komen. Het zijn vooral studenten en eind twintigers die zich in Amsterdam vestigen.

    Ook het buitenlands migratiesaldo vertoont de afgelopen jaren een kleine plus. Maar het niveau ligt flink lager dan begin jaren negentig, toen zich jaarlijks ruim 10.000 mensen meer vanuit het buitenland in Amsterdam vestigden, dan dat er naar andere landen vertrokken. De absolute cijfers laten zien dat zowel vestiging als vertrek de afgelopen jaren flink zijn toegenomen.

  • Migratie

    Amsterdam is altijd al een stad geweest van komen en gaan. De kaart hiernaast laat zien waar de nieuwe Amsterdammers van 2012 vandaan kwamen en waar de vertrekkers naartoe gingen.

    Wereldwijd leveren grote landen als de Verenigde Staten en India veel nieuwe Amsterdammers. In Afrika valt het aantal migranten uit Ghana en Egypte op. Afgezet tegen het aantal inwoners van het land van herkomst, komen relatief gezien nog steeds veel nieuwkomers uit de voormalige koloniën: Suriname en de voormalige Nederlandse Antillen.

    Dichter bij huis blijkt dat migranten niet langer overwegend komen uit landen als Marokko en Turkije maar uit Oost-Europa (Bulgarije en Roemenië) en vooral uit Zuid-Europa (met name Spanje en Italië. De grootste groepen nieuwkomers komen uit grote buurlanden Groot-Brittannië en Duitsland. Per saldo verhuizen er meer Amsterdammers naar België en Zwitserland dan andersom.

    Binnen Nederland komen de meeste nieuwkomers uit de Randstad. Wie de stad verlaat, blijft meestal dicht in de buurt: per saldo verhuizen er meer Amsterdammers naar Noord-Holland en Flevoland dan andersom.

    Uitgesplitst naar gemeenten blijkt die trend nog duidelijker: vooral Amstelveen, Almere en Zaanstad zijn populair bij vertrekkende Amsterdammers. Verhoudingsgewijs is de instroom van voormalige Amsterdammers het grootst in Diemen, per saldo in Landsmeer.

    • +
    • -
  • Herkomst

    Door een lange traditie van immigratie is Amsterdam een veelkleurige stad die meer dan 180 nationaliteiten telt. Het diagram hieronder laat zien hoe de aantallen autochtonen, westerse allochtonen en niet-westerse allochtonen zich tot elkaar verhouden in de stad en in de afzonderlijke stadsdelen.

    In de stad als geheel is bijna de helft (49%) van de inwoners van autochtone herkomst. De grootste groep allochtonen is niet-westers, dat wil zeggen: is afkomstig uit Turkije, Marokko, Suriname, de Nederlandse Antillen of een ander niet-westers land. Marokkanen vormen de grootste groep niet-westerse allochtonen (26%), gevolgd door Surinamers (24%) en Turken (15%).

    De stadsdelen verschillen aanzienlijk in samenstelling van de bevolking. Zuidoost heeft als kleinste stadsdeel het grootste aandeel niet-westerse allochtonen (64%). De helft daarvan bestaat uit Surinamers. In totaal woont bijna een derde van de Amsterdamse Surinamers in Zuidoost.

    De meeste westerse allochtonen wonen in het Centrum, waar ze bijna een kwart uitmaken van de totale bevolking. Britten vormen de grootse groep westers allochtonen, op de voet gevolgd door Duitsers, Amerikanen en Italianen.

  • Leeftijd

    De interactieve bevolkingspiramide hiernaast laat zien hoe de bevolking van Amsterdam zich naar sekse en leeftijd heeft ontwikkeld en naar verwachting zal ontwikkelen.

    De babyboom van vlak na de Tweede Wereldoorlog is het eerste dat opvalt aan de piramide. De voorhoede - mannen en vrouwen geboren in 1946 - is ondanks de afvlakkende werking van de suburbanisatie nog steeds goed herkenbaar. In 1975 waren zij 28 jaar oud, in 2013 66.

    Sinds 2008 is het aantal jongeren (0 tot en met 24 jaar) met 8% toegenomen, van 212 tot 229 duizend. Dat is een veel sterkere groei dan in heel Nederland maar minder sterk dan in Den Haag en Rotterdam. Anno 2013 zijn de twintigers en dertigers in Amsterdam dominant en laat de piramide door het onderwijssucces van meisjes een vrouwenoverschot zien.

    De vergrijzing zal ook de komende jaren in Amsterdam merkbaar zijn. De babyboom generatie gaat met pensioen en geniet door de sterk toegenomen levensverwachting van een lange oude dag. Toch veroudert de bevolking van Amsterdam door de voortdurende instroom van jongeren minder snel dan elders.

  • Spreiding

    Amsterdam is opgedeeld in stadsdelen, buurtcombinaties en buurten. De kaart hiernaast laat zien hoe de bevolking naar herkomst en naar leeftijd verspreid is over de stad.

    Wie naar de kaart kijkt, zie al snel dat er een duidelijk verband is tussen de herkomst van Amsterdammers en de buurt waarin zij wonen. Zo zijn Turken en Marokkanen sterk vertegenwoordigd in Geuzenveld, Slotermeer en Bos en Lommer maar bijvoorbeeld ook in de Indische Buurt. Surinamers en Antillianen wonen vrijwel uitsluitend in Zuidoost. Voor alle groepen geldt dat nieuwkomers zich meestal vestigen in een wijk waar hun gemeenschap al relatief groot is.

    Westerse allochtonen hebben ook zo hun voorkeuren. Zij wonen vooral in wijken in het Centrum of in de buurt van hun werk (bijvoorbeeld op de Zuidas of op het Science Park). Ook de Valeriusbuurt en de Houthavens zijn bij deze groep in trek.

    Ook naar leeftijdsopbouw verschillen de buurten. In de nieuwe wijken op IJburg zijn veel jonge kinderen te vinden. Jongeren tussen de 20 en 24 wonen vooral in wijken met speciaal voor studenten gebouwde woningen, bijvoorbeeld bij het Amstelstation en op het NDSM terrein. In Buitenveldert en in sommige wijken in Noord is een relatief groot deel van de bevolking juist ouder dan 80 jaar.

Bron: O+S, visualisatie: Bas Broekhuizen.