januari 2003
februari 2003
maart 2003
april 2003
mei 2003
juni 2003
juli 2003
augustus 2003
september 2003
oktober 2003
november 2003
december 2003

De Bewegende Stad: samenhang in het Grotestedenbeleid

3 november 2003

Het Grotestedenbeleid (GSB) is erop gericht om steden leefbaarder te maken voor hun inwoners. Dat gebeurt door achterstandswijken op vier vlakken (of pijlers) aan te pakken: fysiek, economisch, sociaal en op het gebied van veiligheid. Het GSB heeft als missie de diverse beleidsterreinen in samenhang te bezien. In de praktijk blijkt dat iedere pijler de grootstedelijke vraagstukken toch vaak alleen vanuit de eigen invalshoek benadert. In veel gevallen ontbreken - vooral op een laag schaalniveau - de dwarsverbanden binnen de pijlers van het GSB. De rapportage De Bewegende Stad heeft als doel de samenhang tussen de pijlers te laten zien aan de hand van een beeld van de actuele fysieke, economische en sociale staat van de stad. Het rapport moet bestuurders en het werkveld prikkelen tot nadenken over de vraag hoe verschillende GSB-activiteiten in een breder kader uitpakken. Het rapport is hier te downloaden.De Bewegende Stad is de eerste in een reeks rapporten over de dynamiek van Amsterdam. Wat er bijna dagelijks verandert, welke nieuwe vraagstukken dat oplevert en welke eisen de aanpak daarvan stelt aan de bestuurbaarheid van de stad - deze onderwerpen vormen samen voor O+S en bureau GSB de aanleiding om met regelmaat een analyse te verzorgen van de grootstedelijke dynamiek. Het rapport is tot stand gekomen met medewerking van de universiteiten van Amsterdam, Utrecht en Tilburg en externe deskundigen.Het kader: een policentrisch stadsgewestMensen wonen, werken en recreëren steeds minder op dezelfde plaats. Woningmarkt, arbeidsmarkt en het aanbod van recreatie en cultuur zijn regionaal geworden. Deze van oorsprong stedelijke functies zijn allang niet meer het voorrecht van één sterke centrumgemeente. Ze zijn steeds meer buiten de oude Amsterdamse gemeentegrenzen te vinden, waardoor de nieuwe netwerkstad als totaal veel meer te bieden heeft dan destijds de oorspronkelijke gemeente Amsterdam in haar eentje. De Noordvleugel als netwerkstad, als policentrisch stadsgewest, daar gaat het ruimtelijk gesproken nu en in de nabije toekomst om.Naar meer samenhangDe belangrijkste suggestie voor het aanbrengen van samenhang is de erkenning dat economie de ruggengraat is van de dynamiek van Amsterdam en dat het creëren van meer dynamiek op verschillende terreinen wezenlijk is. Dit betekent dat de maatregelen die genomen worden op fysiek, sociaal en veiligheidsgebied altijd worden gerelateerd aan de vraag in hoeverre de economie en daarmee de dynamiek van Amsterdam ook versterkt worden.De tweede suggestie is blijvende aandacht voor integraliteit en samenhang. Indien dit niet gebeurt, dan kan het oplossen van het ene probleem een negatief effect op het andere probleem hebben. Een voorbeeld hiervan is het stimuleren van de kenniseconomie, terwijl het tekort aan woningen voor kenniswerkers en het fileprobleem niet worden aangepakt, waardoor in feite een positieve impuls een ander probleem creëert.Tot slot verdienen de verbetering van de kwaliteit van de uitvoering en het (zelf)organiserend vermogen meer en meer aandacht. Organiserend vermogen is de mate waarin belanghebbenden gezamenlijk problemen oplossen en kansen benutten ten behoeve van de duurzame ontwikkeling van de stad. Een meer 'horizontale' samenwerkingsrelatie met andere actoren is vruchtbaarder om samen lastige vraagstukken tot een goed einde te brengen.