januari 2010
februari 2010
maart 2010
april 2010
mei 2010
juni 2010
juli 2010
september 2010
oktober 2010
november 2010
december 2010

Aantal minimajongeren groot, maar wel licht gedaald

8 november 2010

In Amsterdam leven relatief veel jongeren in een huishouden met een minimuminkomen. In 2009 leefden van de ruim 141.000 Amsterdamse jongeren tot 18 jaar er 37.100 in een minimahuishouden. Dat komt neer op ruim 26% van alle Amsterdamse jongeren. Wel neemt het aantal en aandeel minimajongeren sinds 2006 geleidelijk iets af.

Aantal minimajongeren daalt met ruim 2.000

Terwijl het totaal aantal Amsterdamse jongeren tot 18 jaar met ongeveer 2.700 groeide in de periode 2006-2009, daalde het aantal jongeren dat op het minimum leeft van 39.562 (28,6%) in 2006 naar 37.116 (26,3%) in 2009. In de periode ervoor (2002-2006) fluctueerde het aandeel minimajongeren tussen de 28% en 29%.

Amsterdamse jongeren in minimahuishoudens, 2006-2009
 2006200720082009
totaal aantal jongeren tot 18 jaar138385138713139561141061
jongeren in minimahuishoudens    
abs.39562391313858637116
%28,628,227,626,3
bron: DIA/bewerking O+S
Niet-westerse jongeren groeien vaker op in minimahuishouden

Jongeren met een niet-westerse achtergrond groeien vaker op in een huishouden met een minimuminkomen 1) dan autochtone jongeren en jongeren met een westerse achtergrond. Van alle Marokkaanse en Antilliaanse jongeren in Amsterdam leeft meer dan 40% in een minimahuishouden. Van de andere niet-westerse jongeren ligt dit percentage tussen de 35% (Surinaams) en 39% (overige niet-westerse allochtoon). Het percentage westers allochtone en autochtone jongeren in minimahuishoudens is resp. 13 en 11,5%.

Minimajongeren naar herkomstgroepering, 2009
 abs.als % van totale groep
Surinamers513335,1
Antillianen102241,0
Turken430936,4
Marokkanen1057043,8
overige niet-westerse allochtonen814338,8
westerse allochtonen197713,0
autochtonen596211,5
totaal3716626,3
bron: DIA/bewerking O+S
Helft minimajongeren groeit op in eenoudergezin

Ruim de helft van de minimajongeren groeit op in een eenoudergezin. Van de autochtone, Surinaamse en Antilliaanse minimajongeren leeft meer dan driekwart in een eenoudergezin. Van de Surinaamse en Antilliaanse jongeren is dit zelfs 81%.Minimajongeren van Turkse en Marokkaanse herkomst groeien het minst vaak op in een eenoudergezin. Daar staat wel tegenover dat jongeren in deze gezinnen de grootste kans op armoede hebben.

Minimajongeren in eenoudergezinnen naar herkomstgroepering, 2009 (procenten)

Kans op armoede het grootst onder eenoudergezinnen met veel kinderen

Eenoudergezinnen zijn financieel kwetsbaarder dan gezinnen met beide ouders en behoren daarom ook vaker tot de minima. Van alle eenoudergezinnen in Amsterdam leefde in 2009 38% op of onder het minimum, tegenover 15% van de gezinnen met beide ouders. Wat eenoudergezinnen betreft ligt het aandeel minima onder autochtonen het laagst, maar is met 23% toch niet gering te noemen. Het aandeel minima onder Surinaamse, Antilliaanse en overige niet-westerse eenoudergezinnen ligt tussen de 40 en 50%. Eenoudergezinnen met veel kinderen vormen de meest kwetsbare groep. Gemiddeld genomen is het aantal kinderen in Marokkaanse en Turkse eenoudergezinnen het grootst. Van deze gezinnen behoorde in 2009 resp. 67% en 59% tot de minima.

Lichte daling minimajongeren in alle bevolkingsgroepen

Bij de meeste bevolkingsgroepen is de afname van het aantal minimajongeren in 2006 begonnen. Het aandeel Marokkaanse minimajongeren daalde van 46,4% naar 43,8% en het aandeel minimajongeren van Antilliaanse herkomst daalde van 44,3% naar 41% . Het aandeel Surinaamse minimajongeren daalde pas het laatste jaar. Gemiddeld bedroeg de afname 2,3 procentpunt.

Aandeel minimajongeren van alle Amsterdamse jongeren per herkomstgroepering, 2006-2009 (procenten)

Ruim 15.000 werkende minima in Amsterdam

Voor het eerst is in de jaarlijkse Armoedemonitor informatie opgenomen over werkende minima in Amsterdam. In 2009 zijn er ruim 15.000 personen tussen de 20 en 64 jaar die in loondienst werken en tot een minimahuishouden behoren. Werkende minima verschillen op een aantal punten van minima van dezelfde leeftijd die van een uitkering leven. Ten eerste zijn werkende minima gemiddeld jonger: 43% van hen is tussen de 20 en 29 jaar. Van de 20-64 jarige minima die van een uitkering leven is 15% tussen de 20 en 29 jaar oud. Een ander verschil tussen werkende minima en minima met een uitkering is dat werkende minima vaker met een wisselende inkomenssituatie te maken hebben. Van de werkende minima in 2009 behoort de helft 3 jaar of langer aaneengesloten tot de minima, van de minima met een uitkering in dezelfde leeftijdgroep is dat meer dan 70%.1) Minimuminkomen is een inkomen tot 110% van het Wettelijk Sociaal Minimum.

Download