januari 2015
februari 2015
maart 2015
april 2015
mei 2015
juni 2015
juli 2015
augustus 2015
september 2015
oktober 2015
november 2015
december 2015

Amsterdam als magneet, roltrap en spons

12 mei 2015

De bevolkingsontwikkeling van de grote steden in Nederland wordt vaak beschreven door middel van drie metaforen: de magneet, roltrap en spons.

Van oudsher trekt de stad, als een magneet, jongeren aan die ook steeds vaker in de stad zijn blijven wonen. Daarnaast had de stad een roltrapfunctie: degenen die de naar de stad getrokken waren voor opleiding en werk, vertrokken weer op het moment dat ze een sociaal gestegen waren en/of zodra ze een gezin wilden stichten. Vaak verhuisden ze dan naar groeikernen in de nabijheid van de stad. 

Nieuwer is het fenomeen van de stad als spons, waarbij de bevolkingsgroei sneller stijgt dan de woningvoorraad. Sinds 2008 groeit het inwonertal gemiddeld met zo’n 10.000 personen per jaar,  terwijl er jaarlijks gemiddeld nog geen 2.500 woningen bij kwamen. Als een spons absorbeert de stad de nieuwe bewoners; deels doordat er steeds meer kinderen worden geboren, deels doordat er steeds meer studenten en starters in de stad wonen die vaak (tijdelijke) studentenhuisvesting betrekken of samen een woning delen. 

Ook in 2014 nam het inwonertal van Amsterdam flink toe, met ruim 11.000 personen. Het aantal geboorten was iets hoger dan in 2013 en zowel de vestiging vanuit het binnenland, als die vanuit het buitenland, stegen. Hoe lang deze sterke stijging van het inwonertal nog zal voortduren is nog de vraag. Op den duur zal ofwel het aantal woningen weer moeten toenemen om de groei op te vangen; ofwel zullen mensen de stad verlaten voor een woning elders in het land. Van een toename in de Amsterdamse woningbouwproductie lijkt al sprake. 

Daarnaast is in 2014 ook het vertrek uit de stad toegenomen. Jarenlang verruilden jaarlijks ongeveer 30.000 mensen de stad voor een andere woonplaats in Nederland. In 2014 was dat aantal ruim 35.000. Mogelijk speelt het aantrekken van de woningmarkt hierbij een rol; Amsterdammers kunnen hun woning weer makkelijker verkopen en brengen daarmee de woningmarkt weer in beweging. 

In onderstaande figuur is te zien welke leeftijdsgroepen de afgelopen jaren de grootste vertrekkansen hadden. De vertrekkans is gemeten als het aantal personen van een bepaalde leeftijdsgroep dat per jaar de stad verliet, gedeeld door het gemiddeld aantal personen van die leeftijdsgroep dat in dat jaar in de stad woonde. Opvallend is de sterke stijging van de vertrekkans van jonge gezinnen; zowel de vertrekkansen van 0- tot en met 4-jarigen als die van 30- tot 39-jarigen stegen flink ten opzichte van 2013.

Dinsdagmiddag 12 mei presenteert het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) samen met de Nederlandse Vereniging voor Demografie (NVD) een rapport over de demografische ontwikkelingen van de grote Nederlandse steden. In het rapport wordt aan de hand van  de drie metaforen (magneet, roltrap en spons) uitgelegd hoe enkele Nederlandse steden zich de afgelopen decennia hebben ontwikkeld. OIS heeft meegewerkt aan het hoofdstuk over de bevolkingsontwikkeling van Amsterdam.

Internet

Internet