januari 2015
februari 2015
maart 2015
april 2015
mei 2015
juni 2015
juli 2015
augustus 2015
september 2015
oktober 2015
november 2015
december 2015

Amsterdammers over opvang van vluchtelingen

11 september 2015

OIS heeft in opdracht van Het Parool 567 Amsterdammers online en telefonisch gevraagd naar een aantal opvattingen over vluchtelingen en statushouders. 

Aangezien deze begrippen gemakkelijk tot verwarring kunnen leiden is ervoor gekozen het onderwerp in te leiden en expliciet aan te geven wat in deze enquête onder statushouders en vluchtelingen wordt verstaan.

Op dit moment is er veel discussie over de vraag hoe Europa en Nederland moeten omgaan met vluchtelingen. Die discussie vindt plaats in de politiek, in de verschillende Europese landen, in dorpen en steden en misschien ook bij u thuis of in de buurt. Naar aanleiding daarvan willen we u, in opdracht van Het Parool, een aantal vragen stellen.

De vragen gaan over statushouders en vluchtelingen. Met statushouders bedoelen we mensen die een verblijfsvergunning hebben en die dus in Nederland mogen blijven. Vluchtelingen zijn mensen die een aanvraag tot verblijf hebben lopen en in afwachting daarvan worden opgevangen, bijvoorbeeld in het opvangcentrum in Ter Apel.

Allereerst is gevraagd in hoeverre mensen het nieuws over vluchtelingen volgen. Dan zegt 15% het nieuws op de voet te volgen; 54% volgt het vrij goed, 30% enigszins en 1% helemaal niet. Zo’n 70% zegt het nieuws ten minste vrij goed te volgen. Dat is meer dan de 54% die landelijk resulteerde uit onderzoek van I&O Research. Het verschil lijkt eerder toe te schrijven aan de voortgang van de berichtgeving en de reactie daarop in de media dan aan andere oorzaken. Wel blijkt dat hogeropgeleiden en ouderen (65+) het nieuws nauwgezetter volgen. 

Vervolgens is Amsterdammers gevraagd of zij vinden dat Amsterdam als verantwoordelijke hoofdstad iets meer zou moeten doen om statushouders op te vangen, ook omdat het economisch goed gaat met Amsterdam en de grote stad hen meer perspectief biedt. Dan zegt 54% dat Amsterdam haar bijdrage moet leveren, net als andere gemeenten en meer niet; 38% vindt juist dat Amsterdam iets meer zou moeten doen. De rest (7%) heeft geen uitgesproken mening. Dezelfde vraag ten aanzien van de groep vluchtelingen levert nagenoeg dezelfde resultaten. Leeftijd maakt in beide gevallen in combinatie met opleiding verschil. Van de jongeren (jonger dan 40 jaar) zegt iets meer dan de helft dat Amsterdam iets extra’s moet doen; bij de ouderen is dat ongeveer 35% (lageropgeleiden 30%; hogeropgeleiden 45%). Dit leidt er ook toe dat in Noord, Nieuw-West en Zuidoost, waar wat meer ouderen en wat minder hoogopgeleiden wonen, wat minder vaak gezegd wordt dat Amsterdam iets extra’s moet doen dan in West en Oost.

Vervolgens is gevraagd hoe Amsterdammers nieuwe en bestaande maatregelen beoordelen*.

(HEEL) GOED(HEEL) SLECHT
Beschikbaar maken lege gebouwen (vluchtelingen)8110
Beschikbaar maken lege gebouwen (statushouders)8015
Woningen delen3345
Tijdelijke centra statushouders bouwen4528
Statushouders voorrang blijven geven1948
Het benutten van lege gebouwen is volgens velen een goed idee zowel voor vluchtelingen als voor statushouders, zij het voor die laatste groep iets minder sterk. Bouwen voor statushouders is een maatregel die duidelijk meer voor- dan tegenstanders heeft. Voor het delen van woningen (bijvoorbeeld studenten en vluchtelingen) geldt het omgekeerde. De maatregel dat statushouders voorrang zouden krijgen bij de toewijzing ontmoet ruim twee keer zo veel weerstand als instemming. 

De volgende vraag is, gegeven het feit dat er op dit moment onvoldoende capaciteit is in Amsterdam om vluchtelingen op te vangen, wat Amsterdammers ervan zouden vinden als in Amsterdam een opvangcentrum voor ongeveer 300 vluchtelingen wordt gebouwd.

Daar zou ik achter staan zegt iets meer dan de helft (56%); als het moet, dan moet het vindt 26%; liever niet zegt 9% en daar zou ik helemaal tegen zijn zegt 8%. Als dat centrum in de buurt (<500m) van de respondent zou worden gebouwd: 22% zegt dan liever niet of is helemaal tegen, terwijl het percentage dat zegt achter de bouw te staan daalt tot net iets minder dan de helft (47%).

De vraag over een opvangcentrum in de buurt is ook in het landelijke onderzoek gesteld. Vergelijking leert dat in het land gemiddeld de weerstand aanmerkelijk groter is dan in Amsterdam (45% versus 22%). Ook hier kan het verloop van de gebeurtenissen een rol spelen, maar er is aanzienlijk meer ruimte voor de veronderstelling dat een centrum in een diverse grootstedelijke omgeving gemakkelijker geaccepteerd wordt. 

Er staat op dit moment een opvangcentrum voor enkele honderden vluchtelingen op de planning om gebouwd te worden. De locatie is het nieuwbouwgebied in de Houthavens in Amsterdam-West. Van de respondenten noemt 52% deze locatie goed en 12% juist niet goed; de rest heeft geen uitgesproken mening.

Ten slotte is Amsterdammers gevraagd of zij zelf voor een periode van drie maanden een vluchteling thuis zouden willen opvangen. Dan blijkt dat 4% voluit ja zegt en 18% hangt ervan af. De achtergrond en het motief van de vlucht vormen dan een belangrijke overweging, evenals de overweging dat betrokkene(n) moet(en) passen in het ontvangende huishouden.


*Deze maatregelen zijn voorgelegd zonder nadere toelichting en zonder verwijzing naar praktische en juridische mogelijkheden. Voorzichtigheidshalve dienen de resultaten daarom eerder als eerste indruk dan als finaal oordeel geïnterpreteerd te worden.