januari 2015
februari 2015
maart 2015
april 2015
mei 2015
juni 2015
juli 2015
augustus 2015
september 2015
oktober 2015
november 2015
december 2015

Amsterdamse economie groeit weer

9 februari 2015

De vooruitzichten voor de Amsterdamse economie zijn gunstig. Sinds 2014 lijkt er weer sprake te zijn van groei.

Bovendien groeit de Amsterdamse economie meer dan het gemiddelde in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) en Nederland. Dit was de afgelopen jaren steeds het geval, met uitzondering van 2012. Dit blijkt uit de Economische Verkenningen Metropoolregio Amsterdam 2015.  



Vertraagde reactie arbeidsmarkt
Zoals gebruikelijk loopt  de arbeidsmarkt achter bij de economische groei. Naar verwachting zal de werkgelegenheid pas in 2015 voorzichtig gaan aantrekken. Voor de MRA wordt een groei van 0,25% verwacht, voor Amsterdam zijn nog geen cijfers beschikbaar. Het gevolg is dat de werkloosheid naar verwachting in de loop van 2015 gaat afnemen. In Amsterdam zal deze in 2014 10,6 bedragen, en in 2015 op 10,1% uitkomen. Deze gemiddeldes maskeren de grote verschillen in werkloosheid, naar opleidingsniveau, leeftijd en etniciteit. 

Groeiende ongelijkheid: in inkomen, lonen en vermogen 
Hoofdstuk 5 van de Economische Verkenningen is gewijd aan economische gelijkheid in de MRA. Dit hoofdstuk is een coproductie van de VU en OIS. In de literatuur bestaat consensus over de stelling dat te grote inkomensongelijkheid in meer ontwikkelde landen ten koste gaat van economische groei. De inkomensongelijkheid in Nederland is internationaal gezien relatief laag. Wel laat dit hoofdstuk zien dat de inkomensongelijkheid in de MRA, waar zowel veel arme als rijke mensen wonen, niet alleen groter is dan in heel Nederland maar de afgelopen jaren bovendien ook is toegenomen. 

De inkomensongelijkheid wordt zowel veroorzaakt door ongelijkheid in lonen als in vermogens. Het verschil tussen lonen aan de boven- en onderkant van het loongebouw in de MRA is toegenomen en dit verschil is sterker in de MRA dan in Nederland als geheel. Verklaringen voor de relatief hoge loonongelijkheid in de MRA zijn onder andere het hoge aandeel hoogopgeleiden en een hoger loon als gevolg van agglomeratie-effecten.



Bij vermogens is de ongelijkheid het grootst, in de MRA het meest in Amsterdam en Almere. Leeftijd en woningsituatie leveren een bijdrage aan de geconstateerde verschillen. Een deel van de verklaring voor de recente toename van vermogensongelijkheid in de MRA is het negatieve vermogen: in 2012 had 11 procent van de huishoudens negatief vermogen, tegen 5 procent in 2007. In zeven van de tien gevallen gaat het bij negatief vermogen om een woning die ‘onder water staat’. Dit komt vooral in Almere en Lelystad vaak voor.

Download
Internet